alles over Kroatie naar desktop-versie Vakantiehuis Maroflin

KroatiŽ in het Habsburgse Rijk.

(1527-1918) - (deel 1) (deel 2)

Na de Strijd van Mohacs in 1527, steunde een deel van de Kroatische (en Hongaarse) adel Ivan Zapolja. Een ander deel bleef trouw aan de Oostenrijkse Koning Ferdinand van Habsburg. De laatsten wonnen het pleit toen Zapolja stierf in 1540.

De Ottomanen
De vernieuwing van het leiderschap was verre van een oplossing in de oorlog tegen de Turken. Het Ottomaanse Rijk werd alsmaar groter in de 16-de eeuw, en breidde uit tot SlavoniŽ, Westelijk BosniŽ en Lika.

Gebruik makend van het groeiende conflict tussen Maximiliaan en Sigmund, startte Suleyman zijn zesde aanval op Hongarije in 1565 met een 150 000 manschappen sterk leger. Ze vorderden met succes noordwaards tot in 1566. Toen namen ze een kleine omweg om de buitenpost Siget (Szigetvar) in te nemen, iets waar ze tien jaar voordien niet in geslaagd waren. Het kleine fort werd verdedigd door Nikola Zrinski en zijn 2500 soldaten. Deze laatsten slaagden erin om hun vesting een maand lang te verdedigen, Suleyman zelf te doden en het Ottomaanse leger sterk uit te dunnen, vooraleer ze zelf volledig vernietigd werden. Ze wonnen op deze mannier wel genoeg tijd om Oostenrijkse troepen te laten hergroeperen voor de Turken Wenen bereikten.

Op last van de koning kwamen in 1553 en 1578 grote delen van KroatiŽ en SlavoniŽ die grensden aan het Ottomaanse Rijk onder direct militair bevel vanuit Wenen te staan (vandaar de naam : militair front of Vojna Krajina). Aangezien deze gebieden vrij onveilig waren door de nabijheid van het Ottomaanse Rijk, verlieten vele inwoners deze gebieden, en werden het nogal verlaten gebieden. De Oostenrijkers moedigden dan ServiŽrs, Duitsers, Hongaren, Tsjechen en Slovaken en zelfs Russen en OekraÔners aan om zich in deze verlaten gebieden te vestigen.

Opstand
De negatieve effecten van het feodale systeem escaleerde in 1573 toen boeren in het noorden van KroatiŽ en SloveniŽ rebelleerden tegen hun feodale Heren omwille van vele onrechtvaardigheden zoals te hoge belastingen (toen al ! ) en het misbruik van hun vrouwen. Ambroz Matija Gubec en andere leiders van de opstandelingen riep de boeren te wapen in meer dan zestig graafschappen in gans het land (Januari 1573). Eind februari werd hun opstand neergeslagen. Matija Gubec en duizenden van zijn medestanders werden openbaar geŽxecuteerd op een vrij brutale manier om als voorbeeld te dienen voor diegenen die nog dezelfde ideeŽn zouden koesteren.

Nadat het Fort van Bihac in de handen viel van het leger van de Bosnische 'vizier' (minister in een Islamitisch land) Hasan-pasha Predojevic in 1592, bleven slechts kleine delen van KroatiŽ over die niet bezet waren. De overgebleven 16800 vierkante kilometer werden dan ook de overblijfselen van het ooit zo grote Kroatische Koningdom genoemd.

Ottomanen verdreven
Na de Slag om Sisak in 1593, waarbij het Ottomaanse leger voor het eerst succesvol werd teruggelagen, werd het verloren grondgebied voor het grootste deel teruggenomen, met uitzondering van grote delen van het huidige BosniŽ-Herzegovina. Rond de jaren 1700 werden de Ottomanen verdreven uit Hongarije en KroatiŽ, en bracht Oostenrijk het grondgebied onder centraal gezag.

Het Oostenrijkse koninklijke leger was succesvol tegen de Turken in 1664 maar Keizer Leopold tekende het vredesverdrag van Vasvar waarbij Hongarije en KroatiŽ het recht werd ontnomen om verloren gebieden te heroveren. Dit bracht onrust onder de Hongaarse en Kroatische adel die zich daardoor tegen de Keizer begonnen te keren. Ze waren echter te zwak om er echt iets aan te doen, toch onderhandelden ze met de Fransen en de Turken. Keizerlijke spionnen ontdekten de samenzwering en op 30 april 1671 executeerde men vier Kroatische en Hongaarse edelmannen die erbij betrokken waren : Petar Zrinski, F. K. Frankopan, F. Nadasdy and E. Tatenbach, in Wiener Neustadt.

KroatiŽ was ťťn van de landen die achter de keizerlijke Pragmatische Sanctie van 1713 stond en Keizerin Maria Theresia steunde in de Oostenrijkse Successie-oorlog van 1741-1748. De keizerin maakte hierdoor positieve bijdragen in Kroatische zaken zoals verschillende veranderingen in administratieve controle van het Militaire Front, het feodale systeem en belastingen. Ze gaf ook de onafhankelijke havenstad Rijeka aan KroatiŽ in 1776. Anderszijds negeerde ze ook het Kroatische Parlement en ontbond het zelfs in 1779. Kroatia werd dan slechts vertegenwoordigd door ťťn zetel in de regering van Hongarije, en dit door de 'ban' (koning) van KroatiŽ.

(deel 2)




vandaag 25-9-17, laatst aangepast op 06-12-15.